Het model bestaat uit drie verticale pijlers, afkomstig uit het Amsterdamse negenvlak :
- Strategische pijler (richten), bepaalt de lange termijn doelen en richting van de organisatie, bepaalt kaders en geeft context.
- Tactische pijler (inrichten), vertaalt de strategie naar concrete plannen en middelen en de benodigde organisatie structuur voor realisatie.
- Operationele pijler (verrichten), voert dagelijkse werkzaamheden uit om de tactische plannen te realiseren.

Vervolgens wordt het vijflagen model van Nictiz over de drie verticale pijlers geprojecteerd.
Omdat de vijf lagen uit het Nictiz interoperabiliteitsmodel nu breder worden gebruikt is de beschrijving van deze lagen aangepast. De essentie blijft echter grotendeels gelijk.
- Organisatielaag
Bepaalt het bestaansrecht en richting van de organisatie.
Producten en diensten, Capabilities, Bedrijfsfuncties, Samenwerkingspartners etc.
- Proceslaag
Bedrijfsprocessen die worden uitgevoerd om de organisatievisie te realiseren.
Bedrijfsprocessen werkprocessen, processtappen, actoren.
- Informatielaag
Informatie die nodig is om het bedrijfsproces uit te kunnen voeren.
Informatieobjecten en informatiestandaarden.
- Applicatielaag
Applicaties die het mogelijk maken om de benodigde informatie vast te leggen, te bewerken en ontsluiten.
Applicaties, integraties, tools.
- Technieklaag
De benodigde infrastructuur om applicaties te kunnen gebruiken.
Netwerk, Servers, Storage, Werkstations, Mobiele devices, Modaliteiten, Printers etc.
Het model wat nu ontstaan is geeft 15 vlakken weer. In deze 15 vlakken kunnen sleutelfiguren ingevuld worden.

Wie staat aan het stuur?
Bij diverse vraagstukken op het gebied van ‘digitale’ transformatie in zorgorganisaties is vaak de vraag wie staat aan het stuur? De organisatie of IT?
Ten aanzien van de lagen kan gesteld worden dat op de organisatie- en bedrijfsproceslaag de organisatie aan het stuur staat. IT kan op deze lagen een strategische partnerrol vervullen door de organisatie te inspireren met technologische mogelijkheden en de impact van keuzes op de onderste drie lagen helder te maken. Dit stelt de organisatie in staat om weloverwogen keuzes te maken.
Op de informatie- en applicatielaag moeten organisatie en IT elkaar vinden en staan zij samen aan het stuur. Hier gaat het om waarborgen van functionele aansluiting op eisen en wensen vanuit het werkproces en de technische vereisten om de oplossing in de bestaande infrastructuur te kunnen implementeren.
Op de technieklaag staat IT aan het stuur om zorg te dragen voor beschikbaarheid van de IT-infrastructuur om nieuwe oplossingen te kunnen ontvangen. IT garandeert hierbij de door de organisatie gedefinieerde gewenste continuïteit en beschikbaarheid van de infrastructuur.
Randvoorwaarden
Het interoperabiliteitsmodel van Nictiz beschrijft naast de vijf lagen ook twee randvoorwaarden die op alle lagen van toepassing zijn, te weten wet- en regelgeving en beveiliging. Deze randvoorwaarden zijn ook voor het 15-vlaks model van belang. Echter beveiliging is in het 15-vlaks model hernoemd naar veiligheid.
- Wet- en regelgeving
Zorgt dat alle oplossingen voldoen aan wet- en regelgeving, zoals de AVG en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, maar ook bijvoorbeeld de kaders uit het organisatiebeleid.
- Veiligheid
Zorgt voor adequate maatregelen om kwaliteit, veiligheid en privacy te waarborgen. Dit is breder dan het informatiebeveiligingsdomein. Bijvoorbeeld veiligheid van gebouwen, medewerkers en bezoekers. Maar ook het domein van Kwaliteit en Veiligheid wordt hiermee gedekt.
Samenwerking
Misschien wel het allerbelangrijkste bij het gebruik van het model is de interactie tussen sleutelfiguren (communicatie en samenwerking). Een sleutelfiguur acteert vanuit de rol of functie nooit zelfstandig en zal interactie moeten hebben met de sleutelfiguren in het eigen, maar ook de aangrenzende vlakken.
Kaderstellend
Kijkend naar de verticale pijlers kunnen we stellen dat van links naar rechts door de relevante sleutelfiguren steeds meer kaders opgelegd worden voor de uitvoering van activiteiten in een zorgorganisatie. Mist iemand dus een kader dan zal meestal de sleutelfiguur in het linker naastgelegen vak het juiste startpunt zijn om een kader gedefinieerd te krijgen.
Door de laatste toevoegingen, wie staat aan het stuur, de randvoorwaarden, interactie tussen sleutelfiguren, en kaderstelling toe te voegen aan het model ontstaat het volgende raamwerk.

De ervaring leert dat het gebruik van het model interessante gesprekken op kan leveren. Deze gesprekken geven medewerkers inzicht in de eigen positionering binnen de organisatie, wie de interactoren zijn en mogelijke oorzaken zijn van dagelijkse belemmeringen die ze ondervinden bij de uitvoering van hun activiteiten.
Op basis van interviews is duidelijk geworden dat in vergelijkbare zorgorganisaties veel overeenkomsten bestaan hoe functies en rollen zijn gepositioneerd. Echter hierbij zijn ook veel nuances van toepassing omdat taken en verantwoordelijkheden van eenzelfde rol of functie op detail tussen organisatie verschillend kunnen zijn ingevuld. Door deze nuances kan het voorkomen dat een functie of rol in een ander vlak binnen het 15-vlaks model terecht komt.
Het is dan ook van belang om het model altijd in samenwerking met zoveel mogelijk collega’s in te vullen en goed met elkaar te doorleven waarom een sleutelfiguur in de organisatie in een bepaald vlak geplaatst wordt. Dit voorkomt subjectiviteitsbias.
Het hieronder weergeven model toont een ingevuld 15-vlaks model op basis van interviews met verschillende medewerkers uit verschillende zorgorganisaties. Dit ingevulde model bevat in de zorgbranche bekende functiebenamingen en kan ter inspiratie gebruikt worden om een organisatie specifiek model op te leveren. Het voorbeeld pretendeert niet compleet te zijn en dient enkel ter ondersteuning als startpunt voor het invullen van een eigen model.
